Alfabe(s)tiarium

van 1 november 1997 t/m 19 april 1998

Alfabe(s)tiarium

preparaten uit het museum, gedichten van Kees Plaisier



Kees Plaisier, sinds 1980 beroepsmatig verbonden met de Rotterdamse musea, stond aan de wieg van het nieuwe Natuurhistorisch Museum. Hij was bestuurslid van 1988 tot 1996, een periode waarin het door rook en roet aangeslagen museum opbloeide tot het moderne en sprankelende instituut dat het nu is. Kees Plaisier liet als bestuurder zijn sporen na in het museum, niet alleen als deskundige op het gebied van bedrijfsvoering en personeelsbeleid in musea, maar ook als inspirator van en drijvende kracht achter tentoonstellingen. Zijn liefde voor neushoorns – wie kent er niet zijn grofgebreide trui met daarop de in kruissteken aangebrachte Rhinoceros bicornis – stak hij daarbij niet onder stoelen of banken. In 1989 was ‘neushoorns: levende fossielen?’ de eerste grote expositie in Villa Dijkzigt en in 1992 volgde de kleine maar fijne ‘op reis met Clara, de geschiedenis van een bezienswaardige neushoorn’. Op het literaire vlak verschenen van de hand van Kees Plaisier bij het Natuurhistorisch Museum de bundel ‘Twaalf neushoorngedichten’ (1989) en ‘Zeven verzen over de kameel’ (in 1992 in de bundel ‘Het Fenomeen Kameel’). In Straatgras (het museumblad) verzorgt hij sinds jaargang 2 (1989) de rubriek de collectiebeheerders, een serie interviews waarin hij de passie van en de mens achter de vrijwilligers die in het museum deelcollecties beheren, blootlegt.
Toen Kees Plaisier er twee termijnen in het bestuur van de Stichting Natuurhistorisch Museum Rotterdam had opzitten en hij bij zijn afscheid carte blanche kreeg om een tentoonstelling samen te stellen, combineerde hij zijn literaire kwaliteiten met zijn inmiddels hechte band met de collectiebeheerders en hun verzamelingen. Met een leeg kladblok in de aanslag ging hij bij ze te rade en stelde zo het abc van de museumcollectie samen. De plantenman kwam met de Acanthus, de conservator vogels opperde de balispreeuw, die van de vissen de snotolf, de kreeftenbeheerder suggereerde het teringlijertje en Plaisier sloeg aan het dichten. Het resultaat staat onder de titel ALFABE(S)TIARIUM tentoon van 1 november 1997 t/m 8 februari 1998 en vindt u in deze bundel: 26 verzen bij 26 preparaten uit de collectie, geïllustreerd met tekeningen en foto’s uit het museumarchief.

Lees over de relatie tussen de inktvis, alcohol en verbeeldingskracht, de verwantschap tussen een Afrikaanse klauwkikker en de museumdirecteur, en het erotische imago van de fluwelen zeemuis. Het is onmiskenbaar Plaisier.