Van 31 maart t/m 19 augustus 2007 presenteert het museum in samenwerking met het Natuurhistorisch Museum Maastricht de tentoonstelling 'Als 't beestje maar een naam heeft' - Linnaeus en het hoe en waarom van biologische namen'. Deze expositie vindt plaats in het kader van het Linnaeusjaar 2007.

In 2007 wordt gevierd dat Linnaeus, de beroemde Zweedse bioloog, 300 jaar geleden werd geboren. Carl von Linné, of Carolus Linnaeus, heeft in het midden van de 18e eeuw de natuurlijke wereld om ons heen netjes geordend. Zijn werk vormde een schakel in een ontwikkeling van kennis en wetenschap. Vanaf de Renaissance kwam een overweldigende hoeveelheid nieuwe plant- en diersoorten naar Europa, waardoor de Schepping telkens groter bleek te zijn, veel omvangrijker, dan aanvankelijk gedacht. Steeds weer hadden nieuwe soorten een naam nodig en doordoor ontstond al snel een babylonische spraakverwarring. Linnaeus heeft die toenemende verwarring geordend door soorten een Latijnse dubbele naam te geven die in alle talen hetzelfde is. Dit systeem van dubbele namen wordt nog altijd gehanteerd. De wetenschap van de biologische naamgeving, de taxonomie, is nog altijd een springlevende wetenschap. De taxonomie vormt de basis van de biologie.

Het type van de tropische slak Entemnotrochus rumphii  (Schepman, 1879) wordt bewaard in de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. (foto Jaap van Leeuwen/NMR)

Eén ding is bij de ordening een rots in de branding: het begrip type. Een type is een exemplaar aan de hand waarvan een nieuwe soort plant of dier wordt beschreven. Het type geldt als de referentie voor de soort en dient volgens het 'wetboek voor de taxonoom' te worden bewaard in een openbare collectie.

Enige tientallen typen uit de collecties van de natuurhistorische musea in Maastricht, Rotterdam en Leiden vormen de ruggengraat van de tentoonstelling en dat is uniek, want museumdirecteuren en conservatoren 'zitten' op hun typen als een bankdirecteur op zijn goudvoorraad! Deze expositie brengt daar verandering in. Daarmee wordt dit verborgen erfgoed voor het eerst in ons land in een museale context getoond.



Tegelijkertijd wordt een aantal vragen beantwoord, zoals: Wat is een soort? Hoe komen soorten aan hun naam? Wie doen dergelijk werk? Waarom is het belangrijk? en Wat is de rol van natuurhistorische musea in dit alles?

Bij de tentoonstelling verschijnt een boekje over ‘Linnaeus en het hoe en waarom van biologische namen’, geschreven door Jelle Reumer, dat (zo lang de voorraad strekt) gratis beschikbaar is voor bezoekers van de tentoonstelling.

boekje Linnaeus (40 pagina's) in Flash (0,8 Mb) (doorbladerbaar, zet de curser in een hoekje en sla om)

boekje Linnaeus (40 pagina's) print resolutie (5,8 Mb)

‘Als 't beestje maar een naam heeft’ vindt plaats in het kader van ‘Linnaeus 2007’ en is een coproductie van de natuurhistorische musea van Rotterdam en Maastricht, met medewerking van Naturalis (Leiden) en met financiële ondersteuning van de Mondriaan Stichting, het Prins Bernhard Cultuurfonds en IKEA.

Carl Linnaeus 300 years