Momoa - een prentenboek over het Moluks grootpoothoen

In de Haverhorst Vestibule van het museum is een kleine tentoonstelling ingericht over het Moluks grootpoothoen naar aanleiding van het verschijnen van een prentenboek voor jonge kinderen over deze Indonesische vogelsoort. Het boek is geschreven en samengesteld door twee museummedewerkers, Kees Heij en Hans Post, en geillustreerd door Lies van der Mijn. De expositie duurt t/m 22 juni 2014.

Het Moluks grootpoothoen (Eulipoa wallacei; lokale naam ‘momoa’), is een zeldzame vogelsoort die uitsluitend voorkomt op de Molukse Eilanden in Indonesië. De soort, ongeveer zo groot als een waterhoen, heeft een unieke broedbiologie: het wijfje graaft ’s nachts een diepe tunnel in het zand, legt haar ei daarin, gooit het gat gedeeltelijk dicht en vliegt terug naar haar leefgebied in bergbossen. Op de stranden van de eilanden Haruku, Seram, Buru, Obi en Halmahera is nog een klein aantal legplaatsen waar de grootpoothoeders gezamenlijk hun eieren leggen en begraven. 

Dankzij zonnewarmte en zonder enige vorm van broedzorg komt het ei na ongeveer 74 dagen uit. Het kuiken graaft zich langzaam een weg omhoog, kan dan vrijwel direct vliegen en verdwijnt zelfstandig in het omringende bos. Kuikens en ouders zien elkaar nooit. De groei die het kuiken al in het ei doormaakt, is mogelijk door een groot ei met een uitzonderlijk grote dooier – een voedselvoorraad. Het ei is zo groot als van een gans. 

De voedzame, grote eieren zijn populair bij de lokale bevolking. Ze worden al sinds mensenheugenis verzameld, verkocht en geconsumeerd. Slechts 12% van de eieren ontsnapt aan de eiergravers en resulteert in kuikens. Dat kleine aantal nakomelingen houdt de populatie in een wankel evenwicht, vermoedelijk doordat de vogels relatief oud kunnen worden. Door beschermingsmaatregelen waarbij eieren op een deel van de legplaatsen niet uitgegraven worden, kunnen mens en momoa in elkaars nabijheid blijven voortbestaan.

Deze (en andere) wetenschap kwam aan licht dankzij de Rotterdamse bioloog dr Kees Heij (al vele decennia nauw betrokken bij het museum) die in 1994-1996 letterlijk tussen de grootpoothoenders op het eiland Haruku leefde en hun biologie uiteindelijk bijna 20 jaar lang bestudeerde. Hij publiceerde er een reeks wetenschappelijke artikelen in Deinsea (23811) over, en er verscheen een boek in de Indonesische taal.

Bescherming: begin bij de jeugd

Om de lokale eilandbevolking bewust te maken van de bijzondere leefwijze van het Moluks grootpoothoen en om de bescherming van de kwetsbare vogel en de legplaatsen te stimuleren, richt Kees Heij zich nu, ter afsluiting van 20 jaar studie, op de jeugd. Samen met kinderboekenschrijver Hans Post en illustratrice Lies van der Mijn stelde hij een prentenboek met de titel Momoa samen. De tekst werd in het Indonesisch vertaald door Indah Groeneveld en het boek werd uitgegeven met steun van Birdlife Indonesia en Stichting Wilcon. 

Het prentenboek werd in augustus 2013 door de twee auteurs gratis verspreid onder basisschoolleerlingen van het dorpje Kailolo op Haruku, dat vlak naast het belangrijkste momoa-legveld ligt.

Een deel van de originele aquarellen is in de Haverhorst Vestibule van het museum tentoongesteld, samen met de Nederlandse (kinder)teksten, diverse publicaties van Heij, en Molukse grootpoothoenders en eieren uit de museumcollectie.

De tentoonstelling duurt van 21 december 2013 t/m 22 juni 2014.

 

 

De auteurs deelden het prentenboek uit aan schoolkinderen op het eiland Haruku.
De auteurs (links, Kees Heij; rechts, Hans Post) en illustrator Lies van der Mijn.