reuzenhert

Megaloceros giganteus

Deze schedel met gewei is te zien in de op de tentoonstelling 'Opgeraapt Opgevist Uitgehakt' in het museum. Het is afkomstig uit Empel, Noord-Brabant en dateert van het Laat-Pleistoceen die duurde van 125.000 tot 10.000 jaar geleden.

 

Het reuzenhert was eigenlijk helemaal niet zo groot. De mannetjes hadden een schouderhoogte van ongeveer 1 meter 80. De elanden en de wisenten die ook in de ijstijd voorkwamen waren groter. Dat het dier toch reuzenhert wordt genoemd komt dan ook voornamelijk door het enorme gewei. Dat kon een spanwijdte hebben van wel 3 meter. Dat is meer dan de lengte van het dier. Stel je voor dat wij mensen een gewei van 2 meter breed op ons hoofd zouden dragen! De vrouwtjes van het reuzenhert hadden - net als alle andere herten behalve het rendier - geen gewei en waren waarschijnlijk ook iets kleiner dan de mannetjes.

Tijdens de laatste ijstijd kwam het reuzenhert van Europa tot diep in Azië voor. Noordelijker dan Denemarken zijn nauwelijks fossielen van reuzenherten gevonden. Dit in tegenstelling tot vele andere bewoners van de mammoetsteppe, zoals de wolharige neushoorn en mammoet, waarvan fossiele resten tot in het Noorden van Siberië gevonden zijn. Het reuzenhert was dus minder goed aangepast aan de kou dan andere bewoners van de mammoetsteppe. Het was veel meer een bewoner van bossen, zoals ook de huidige herten nog altijd liever in bossen dan op open vlaktes leven.