sabeltandtijger

Homotherium (Homotherium latidens)

onderkaak van Homotherium latidens opgevist uit de Noordzee; collectie Natuurhistorisch Museum Rotterdam, NMR 9991-01695. A = binnenzijde (tongzijde), B= buitenzijde (wangzijde)
De originele onderkaak van de sabeltandtijger

In het Natuurhistorisch Museum Rotterdam is in de expositie Opgeraapt Opgevist Uitgehakt een opzienbarende vondst tentoongesteld: de onderkaak van een sabeltandtijger (Homotherium latidens) die circa 28.000 jaar geleden leefde op de plek waar nu de Noordzee is. De kaak werd op 16 maart 2000 door de bemanning van de Urker viskotter UK 33 in het zuidelijke deel van de Noordzee tussen Engeland en Nederland opgevist. De vondst is bijzonder omdat algemeen werd aangenomen dat de sabeltandtijger 300.000 à 400.000 jaar geleden uitstierf. De Urker vondst deed het onderzoeksteam onder leiding van paleontoloog prof. dr Jelle Reumer (directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam) echter vermoeden dat het stuk bot, dat nauwelijks gefossiliseerd (versteend) is, veel jonger moest zijn. Dat bleek inderdaad zo te zijn: de ouderdom werd met behulp van zes zogenoemde C14 dateringen nauwkeurig vastgesteld op 28.000 jaar! Het voorkomen van de sabeltandtijger in West Europa gedurende het ijstijdvak is hierdoor met minstens 270.000 jaar verlengd. Het is de eerste keer dat een dergelijke ‘jonge’ vondst van een sabeltandtijger in Europa gedaan is.

Laat-Pleistocene landschapsreconstructie door Hans Brinkerink met op mammoeten jagende sabeltandtijger.

De onderkaak werd tot en met 28 september 2003 in het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam tentoongesteld samen met een aantal andere fossielen van sabeltandtijgers uit Europa en Noord-Amerika. Ook werd een landschapsreconstructie getoond met een tafereel waarbij een sabeltandtijger jaagt op jonge mammoeten. Dit schilderij is gemaakt door Hans Brinkerink uit Baarn, bijgestaan door de Nederlandse mammoetdeskundige Dick Mol. Op het schilderij wass te zien dat de sabeltandtijger een groot dier geweest is, bijna zo groot als een tegenwoordige leeuw. In tegenstelling tot de leeuw had de sabeltandtijger een zeer korte staart. De bovenkaak was voorzien van reusachtig lange ‘sabelvormige’ hoektanden waarmee het voor dit roofdier mogelijk moet zijn geweest om (jonge) mammoeten, neushoorns, bizons, paarden etc., in de hals dood te bijten om ze vervolgens met de vlijmscherpe kiezen in kleine delen op te eten.

Er worden door (boomkor)vissers wel vaker losse beenderen en kiezen van prehistorische dieren uit het ijstijdvak (van ruwweg 2.000.000 tot 10.000 jaar voor heden) van de Noordzeebodem opgevist. Fossiele botten en gebitselementen van mammoeten, neushoorns, bizons, wilde paarden, maar ook roofdieren als leeuwen, beren, hyena’s en andere diersoorten, maken dikwijls deel uit van de vondsten. Tot nu toe ontbraken fossiele resten van de sabeltandtijger in de visnetten. De vondst van deze ‘jonge’ sabeltandtijger toont aan dat de wetenschap nog steeds geen exact beeld heeft van het ecosysteem in de laatste ijstijden.



In het maart-nummer van het prestigieuze Amerikaanse Journal of Vertebrate Paleontology wordt de ontdekking van Reumer en zijn team bekend gemaakt aan vakgenoten: ‘Late Pleistocene Survival of the Saber-Toothed Cat Homotherium in Northwestern Europe’ [Journal of Vertebrate Paleontology 23 (1): 260-262, March 2003 by J.W.F. Reumer, L. Rook, K. van der Borg, K. Post, D. Mol and J. de Vos].

reconstructie sabeltandtijger door Remie Bakker op de tentoonstelling Het is Gevaarlijk in het Natuurhistorisch Museum - de sabeltandtijger in Rotterdam