Geschiedenis in het kort

Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam kent - sinds haar oprichting als Rotterdam in 1927 - een bewogen geschiedenis en vele verhuizingen. Van een zolder boven een meisjesschool aan de Schiedamsesingel verplaatste de snel groeiende collectie vogels, zoogdieren, insecten, schelpen, fossielen en andere naturalia zich van een pand aan de Dirk Smitsstraat, naar de sfeervolle villa aan de Mathenesserlaan 7 tegenover Museum Boijmans waar het museum grote bekendheid kreeg onder Rotterdammers.

Mathenesserlaan 7

Van Schiebroek naar Blijdorp

In 1959 volgde de noodgedwongen verhuizing naar een bankgebouw aan de Kastanjesingel waar het museum letterlijk en figuurlijk een perifeer bestaan leed. In de jaren '70 van de vorige eeuw werd het Natuurhistorisch Museum een min of meer zelfstandige tak van dienst binnen Diergaarde Blijdorp.

Diorama gebouw in Diergaarde Blijdorp

Op zoek naar een vaste stek

In 1985 groeide binnen de Vereniging de wens tot een zelfstandig bestaan en een eigen pand. Met steun van de gemeente werd een nieuwe Stichting opgericht waarin naast de Vereniging (eigenaar van de collectie), ook het bedrijfsleven en de gemeente Rotterdam participeert. Deze Stichting (de Stichting Natuurhistorisch Museum Villa Dijkzigt, daarna Stichting Natuurmuseum Rotterdam en nu Stichting Natuurhistorisch Museum Rotterdam) zorgde ervoor dat het museum in 1987 beschikking kreeg over de monumentale Villa Dijkzigt in het Museumpark, ooit woonhuis van de familie Hoboken en tot 1986 onderkomen van de Volksuniversiteit Rotterdam. In 1988 gingen de eikenhouten deuren van Villa Dijkzigt open voor publiek en werden er onder de nieuwe naam 'Natuurmuseum Rotterdam' en met nieuw elan op bescheiden schaal exposities en andere museale activiteiten georganiseerd.

Villa Dijkzigt

Vestiging op stand

De vestiging van het Natuurmuseum in Villa Dijkzigt gaf rond 1990 een extra impuls aan de (her)inrichting van het verpauperde Museumpark. De Kunsthal verrees naast het Natuurmuseum (1992), het park zelf onderging een metamorfose, het Nai werd gebouwd, Museum Boijmans kreeg een nieuw paviljoen (1993) en het Chabot Museum vond huisvesting in een van de witte villa's. Op de golf van deze 'upgrading' werd ook het Natuurmuseum uitgebreid met een modern glazen paviljoen (1995) en werd de villa zelf grondig gerenoveerd (1996).

Het museum schiet wortel

Sindsdien gaat het goed met het Natuurhistorisch Museum Rotterdam: het museum verwierf een eigen plaats in de Rotterdamse culturele sector en vervult een voortrekkersrol onder de Nederlandse (regionale) natuurhistorische musea; de bezoekersaantallen groeiden gestaag en de organisatie ontwikkelde zich tot een professioneel museum met een begroting die in 2001 de miljoen (gulden) overschreed en een bezoekersaantal van ruim 40.000 per jaar. Vanaf 1 januari 2006 heet het Natuurmuseum Rotterdam weer Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

Panden

                                             Brand                Plafond Hoboken Salon

Collectie

Pleurotomaria rumphii
Bilbiotheek
Systeemkaart
Beervlinders

Activiteiten

Schoolklas 1967
Potvisploeg
Kinderfeestjes