Home // Het museum // Nieuws // Bram Langeveld conservator

Bram Langeveld is de nieuwe conservator

[11 februari 2016] Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam heeft een nieuwe conservator: de 22-jarige bioloog Bram Langeveld. Hij volgt medio februari 2016 Kees Moeliker op die sinds afgelopen december directeur van het museum is. Met de aanstelling van de fossielenkenner kiest het museum voor verjonging: “Conservatoren van natuurhistorische collecties zijn aan het vergrijzen en sterven langzaam uit. Met Bram Langeveld hebben we een jonge, veelbelovende bioloog in het museum die precies weet waar het in Het Natuurhistorisch om draait – verzamelen, bewaren, exposeren en onderzoeken, en mensen van alle leeftijden en achtergronden informeren en verbazen over de diversiteit en veerkracht van de natuur, met de collectie als rijke bron” aldus Kees Moeliker. 

Voor de nieuwe conservator is de sterke en laagdrempelige focus van Het Natuurhistorisch op de eigen, lokale, natuur - waaronder die van het geologische verleden - een pluspunt: “Ik kijk er naar uit om de museumcollectie uit te breiden, te onderhouden, te bestuderen en natuurlijk ook voor het publiek te ontsluiten met exposities, publicaties en lezingen, en om de verzamelingen beschikbaar te stellen voor onderzoek.”

Bram Langeveld (Leiden, 1993) verkende de natuur al vanuit zijn kinderwagen en die fascinatie is sindsdien alleen maar gegroeid. Hij verzamelt al 15 jaar fossielen en doet sinds vijf jaar ook op paleontologisch onderzoek. Bram studeert biologie aan de Universiteit Leiden en deed een minor geologie aan de Universiteit Utrecht. Binnenkort studeert hij af op fossiele schelpen uit Nederlandse grondboringen en een vegetatie-reconstructie uit monsters van veenlagen die hij zelf in Yukon (Canada) verzamelde.

Reuzenalk
Bram houdt zich voornamelijk bezig met fossielen uit zandsuppleties langs de Nederlandse kust, met een focus op de resten van zoogdieren (zoals mammoeten), vogels, vissen en schelpen. Samen met Dick Mol (honorair-onderzoeker van Het Natuurhistorisch) bestudeert hij privé-collecties die tientallen fossielenverzamelaars hebben aangelegd en vaak bijzondere vondsten bevatten. Speciale belangstelling hebben de fossielen van de Zandmotor (het opgespoten schiereiland voor de kust van Ter Heijde) en natuurlijk het strand van Maasvlakte 2. Op die vindplaatsen boekte Bram een opvallend succes. Na het herkennen van enkele vogelbotfragmenten als overblijfselen van de uitgestorven reuzenalk en door daarover te publiceren en te vertellen, kwamen er meer dan twintig nieuwe vondsten van deze bijzondere vogelsoort ‘boven water’ in privé-collecties. Tot voor kort werd aangenomen dat de reuzenalk een zeer zeldzame verschijning in de Nederlandse Noordzee was.

De interesse van Bram Langeveld is breder dan alleen het uitgestorven leven. Ook de levende natuur boeit hem. Zo documenteerde hij behalve fossiele schelpen die meekwamen met een strandsuppletie in 2014, ook levende schelpdieren, wormen, krabben en ander ongewerveld gedierte. Daarnaast publiceerde hij een opvallende vondst van een heremietkreeft die voor de bescherming (van zijn weke lichaam) geen gebruik maakte van een zeeschelp, maar het huisje van een tuinslak betrok. Het was de eerste keer in 60 jaar dat dat fenomeen werd waargenomen en opgeschreven.

Voor zijn paleontologische werk ontving Bram in 2012 de Van der Lijn-aanmoedigingsprijs, een onderscheiding voor veelbelovende amateurgeologen.