Home // Het museum // Nieuws // Een nieuwe fossiele dolfijn uit de Westerschelde

Een nieuwe fossiele dolfijn uit de Westerschelde

[2 november 2017]  Een expeditie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam op de Westerschelde onder leiding van honorair conservator Klaas Post leverde in 2014 een ongekende opgeviste fossielenschat op. Post en collega-onderzoekers besteedden daarna honderden uren aan het nauwkeurig prepareren en onderzoeken van de vondsten. Het eerste resultaat is er nu: Scaldiporia vandokkumi, een nieuwe soort primitieve dolfijn die rond de zes miljoen jaar geleden in de Zeeuwse oerzee rondzwom.

Na preparatie bleek een van de vondsten namelijk een goed bewaard gebleven schedel van een dolfijn uit de familie Pontoporiidae te zijn. Het schedeltje, waarvan de snuit is afgebroken, heeft een lengte van 21,2 cm en is het meest complete fossiel van deze dolfijnengroep buiten vondsten uit Peru. De familie kent tegenwoordig nog maar een levende soort: de bedreigde La Plata-dolfijn, die voorkomt voor de kust van Brazilië, Argentinië en Uruguay. Fossielen, waaronder de nieuwe vondst, tonen aan dat deze dolfijnenfamilie vroeger breder verspreid was en meer soorten bevatte.

Holotype van Scaldiporia vandokkumi (NMR 9991-12018) in het depot van Het Natuurhistorisch.

Post en Belgische collegae vergeleken de schedel met fossiele en recente schedels in museumcollecties in Nederland, België, Frankrijk, Italië, de VS en Peru. Sommige schedelkenmerken van de vondst zijn uniek en zo kwamen zij tot de conclusie dat het om een nog onbeschreven soort ging. In het tijdschrift PeerJ van 1 november 2017 gaven ze de soort een naam: Scaldiporia vandokkumi. De soortnaam verwijst naar schipper Jan van Dokkum, die zijn schip durfde te riskeren door de zware stukken zandsteen met fossielen uit de druk bevaren Westerschelde op te vissen.

Scaldiporia vandokkumi leefde tussen 7,6 en 5 miljoen jaar geleden in wat nu de Westerschelde is. De fossiele vondsten tonen aan dat gelijktijdig met deze dolfijn nog zeker vijf andere soorten dolfijnen en walvissen, een grote lederschildpad en een enorme haai leefden. Alle fossielen bevinden zich in de collectie van Het Natuurhistorisch en worden onderzocht. Deze unieke museumstukken zullen in 2018 in een speciale tentoonstelling voor het publiek te zien zijn.