Home // Het museum // Nieuws // Onbekend schilderij van Villa Dijkzigt ontdekt

Onbekend schilderij Villa Dijkzigt ontdekt

Uitsnede uit het schilderij.

[9 oktober 2017]  Er is een zeldzaam, onbekend schilderij van het gebouw van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam opgedoken. ‘Gezicht op Villa Dijkzigt’ is van de hand van Berend Wolter Weyers (1866-1949) en toont het karakteristieke neoclassicistische gebouw uit 1852 in een idyllische voorstelling van het Land van Hoboken, met pauwen, een fladderende duif en klassieke tempelzuilen. 

Het schilderij (100 x 122 cm) komt uit familiebezit, uit de nalatenschap van de Rotterdammer Leendert Beijleveld. De Vrienden van Het Natuurhistorisch hebben het schilderij aangekocht en aan het museum geschonken. Het siert nu de Hoboken Salon - de ontvangstruimte van het museum die dankzij het oorspronkelijke ornamentenplafond nog iets van de sfeer van weleer heeft. 

Het rijksmonument Villa Dijkzigt was tot 1924 het woonhuis van het redersgeslacht Van Hoboken. De laatste bewoner was de musicoloog Anthony van Hoboken (1887-1983). Daarna volgde van 1927 tot 1985 de Rotterdamse Volksuniversiteit. Het Natuurhistorisch Museum betrok de verlaten villa in 1987 en breidde het gebouw in 1996 uit met een glazen paviljoen van architect Erick van Egeraat.

‘Gezicht op Villa Dijkzigt’ is een ontdekking. Het is een onbekend olieverfschilderij van het gebouw van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en daarmee een bijzondere kunsthistorische aanvulling op de reeds bekende staalgravure uit 1860 - getiteld ‘Villa Hoboken’ - naar een tekening uit 1860 van Ludwig Rohbock. Van deze vaak met de hand ingekleurde ets zijn er veel in omloop. 

Friso Lammertse, conservator oude schilder- en beeldhouwkunst van Museum Boijmans van Beuningen, reageerde enthousiast: “Een bijzondere aanwinst. Een zeldzaam schilderij.” 

Hij bekeek het schilderij met kunsthistorische blik:

“Het schilderij met een gezicht op Villa Dijkzigt is een bijzonder werk van de vrij onbekende schilder Berend Wolter Weyers (1866-1949), een kunstenaar die zijn opleiding ontving aan de Haagse Kunstacademie. Hij specialiseerde zich vooral in stillevens. In dit schilderij sloot hij zich echter aan bij een lange traditie van decoratieve wandstukken. In de tweede helft van de zeventiende eeuw ontstond in Holland een mode om grote schilderijen met arcadische landschappen te schilderen. Meestal laten ze een idyllisch landschap zien met klassieke tempels, dieren en op de achtergrond vaak een landhuis. In de zeventiende eeuw waren het schilders als Melchior de Hondecoeter of Jan Baptist Weenix die zich hierin specialiseerden. Zij begonnen hiermee een traditie die tot in de twintigste eeuw zou voortduren. Het schilderij van Weyers is er een laat voorbeeld van, maar met Villa Dijkzigt, de pauwen en de zuilen van een klassiek tempeltje sluit het nog geheel aan bij werk van deze beroemde voorgangers. In de losse stijl en de matte kleuren toont Weyers zich echter een kind van zijn tijd. Tot de opkomst van het impressionisme werden schilderijen altijd gevernist om verzadigde en glanzende kleuren te krijgen. De impressionisten en vele kunstenaars na hen lieten het vernissen echter bewust achterwege omdat zij het matte oppervlak zo mooi vonden. Weyers gaf in zijn Gezicht op Villa Dijkzigt door het gebruik van het grove linnen en de matte kleuren een nieuwe draai aan een lange traditie.”

Paul de Beijer, voorzitter van de Stichting vrienden van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam:

“Het museum heeft geen aankoopbudget, niet voor dode beesten en fossielen, laat staan voor kunst. Juist daarom hebben de Vrienden het aangekocht, voor het museum, want zo’n uniek schilderij verdient het om bewaard en getoond te worden in het gebouw dat er model voor stond.”

Remko Andeweg, stadsbotanicus en conservator van het herbarium van Het Natuurhistorisch, verdiepte zich in de weeldige plantengroei op het schilderij: 

“De planten links op de voorgrond doen denken aan een vrije interpretatie van hertshoornvaren (Platycerium bifurcatum) en aan vrouwentongen (Sansevieria trifasciata), twee soorten die we nu als ouderwetse kamerplanten beschouwen en die de schilder misschien zelf in huis had. De bloeiende plant rechts is niet direct te identificeren. Het is mogelijk ook op een kamerplant of volledig op fantasie gebaseerd, want voor velen zijn bloemen rood en bladeren groen.” 

Kees Moeliker, directeur van het museum, is blij met de aanwinst:

“Het is zeker geen meesterwerk en echt mooi vind ik het ook niet, maar de charme van het schilderij zit in al het natuurschoon dat ons gebouw omringt. Het lijkt wel of de schilder wist dat Villa Dijkzigt ooit een natuurhistorisch museum zou huisvesten. Houtduiven zitten er nog volop en die pauwen zou ik wel in ere willen herstellen in het Museumpark. In onze Hoboken Salon heeft ‘Gezicht op Villa Dijkzigt een perfect passende plaats gevonden, waar iedereen het kan zien.”

'Gezicht op Villa Dijkzigt', omstreeks 1900 - Berend Wolter Wyers (1866-1949).