Home // Het museum // Nieuws // Siamese bruinvistweeling uit de Noordzee

Unieke vondst: Siamese bruinvistweeling

Siamese bruinvistweeling, dood opgevist uit de Noordzee, 30 mei 2017. (foto Henk Tanis)

[6 juni 2017]  “Mijn hart sloeg over” zegt Erwin Kompanje, toen hij vorige week een foto van een dode opgeviste bruinvis doorgestuurd kreeg. Onze honorair-conservator zoogdieren en senior preparateur ziet wel vaker een dood zeezoogdier, maar op de foto die de bemanning van de viskotter GO-9 had gestuurd, staat een onmiskenbare Siamese bruinvistweeling. “Die geboorteafwijking is nog nooit eerder bij de bruinvis gevonden en sowieso bij wilde zoogdieren extreem zeldzaam”.

De bruinvistweeling kwam op 30 mei 2017 op de Noordzee voor de verbaasde ogen van de vissersmannen langs op de sorteerband. Het leek alsof het pasgeboren dier twee koppen had. Zij maakten foto’s en gooiden het dode dier weer overboord. De digitale foto’s bereikten snel de zeezoogdierkundigen en andere in walvis en dolfijnachtigen geïnteresseerden.

In 2005 beschreef Erwin Kompanje in DEINSEA, het wetenschappelijke tijdschrift van ons museum, een soortgelijk geval bij een ander dolfijnensoort, de tuimelaar. Kompanje legt uit: “Siamese tweelingen zijn oorspronkelijk een gewone eeneiige tweeling die in de baarmoeder aan elkaar vergroeid raken. In het geval van de bruinvis is het dus niet één bruinvis met twee koppen, maar zijn het twee bruinvissen die één lichaam delen. Twee individuen dus.”

Siamese tweelingen komen voor bij mensen, gedomesticeerde zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen, maar worden zeer zelden bij wilde (zoog)dieren aangetroffen. Bij walvisachtigen (zoals de bruinvis) zijn wereldwijd slechts tien gevallen bekend. 

Siamese tweelingen komen in acht verschillende vormen voor. De naam die ze dan hebben, is afhankelijk van de plaats waar de broers of zussen aan elkaar gegroeid zijn. “De wetenschappelijke naam van de vorm bij de opgeviste bruinvissen is parapagus dicephalus. Van deze soort Siamese tweelingen waren drie eerdere gevallen bij dolfijnen bekend, twee bij tuimelaars en één bij de gestreepte dolfijn. Deze bruinvis is dus het vierde bekende geval” aldus Erwin Kompanje. 

Tweelingen zijn bij dolfijnen extreem zeldzaam. Bij de bruinvis is slechts één eerder geval bekend. Dat maakt deze Siamese tweeling bruinvissen extra bijzonder. De kans op een tweeling is al zeer zeldzaam, dat ze dan ook nog met elkaar vergroeien maakt deze vondst exceptioneel. Kompanje stond al in de startblokken om de tweeling met moderne scan-technieken minutieus te onderzoeken. “Daarom is het bijzonder spijtig dat ze weer over boord zijn gegooid. Het had een waardevol museumstuk kunnen zijn. Een gemiste kans, voor de wetenschap en de natuurhistorie.” Erwin Kompanje ging niettemin voortvarend te werk. Samen met twee andere deskundigen, Kees Camphuysen (NIOZ, Texel) en Mardik Leopold (Wageningen Marine Research, Den Helder) schreef hij op basis van de beschikbare foto's, informatie van de vissers en literatuuronderzoek een wetenschappelijk artikel dat deze unieke vondst beschrijft en duidt. Die publicatie (PDF) verschijnt 7 juni 2017 online in DEINSEA.

De bruinvis (Phocoena phocoena) is de algemeenste en kleinste walvisachtige in de Noordzee die wel vaker dood door trawlers opgevist wordt. In vrijwel alle gevallen worden die bijvangsten snel overboord gezet. 

Siamese bruinvistweeling, 30 mei 2017 dood opgevist uit de Noordzee, 28 km ten westen van Hoek van Holland, in vooraanzicht, gezien op de buik en gezien op de rug. (foto's Henk Tanis)