Home // Het museum // Nieuws // Vijftien dode spreeuwen uit Den Haag

Haagse spreeuwen zijn niet dood uit de bomen gevallen

Schedelbloeding bij spreeuw NMR 9989-06014.

[27 december 2018] De spreeuwen die afgelopen najaar in Den Haag dood gevonden werden, zijn door inwendig letsel veroorzaakt door ‘botte kracht’ om het leven gekomen. Dat concluderen onderzoekers van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam na onderzoek aan spreeuwen die zij verzamelden onder de slaapbomen in het Huijgenspark. Zij beschrijven hun bevindingen onder de titel ‘Vijftien dode spreeuwen uit Den Haag’ in het decembernummer van Straatgras, het tijdschrift van het museum.

Wat was er echt aan de hand?
In het najaar van 2018 verzamelden zich elke avond in het Huijgenspark in Den Haag vele duizenden spreeuwen om te slapen. Toen er elke ochtend tientallen dode exemplaren onder de bomen gevonden werden, verschenen er in de media verontrustende berichten over ‘massasterfte onder spreeuwen’. Er werd flink gespeculeerd over de mogelijke oorzaken: een plotselinge spreeuwenziekte, (moedwillige) vergiftiging, zelfs een geheime 5G-zendmast kreeg de schuld van de sterfte. Onderzoekers van Het Natuurhistorisch wilden weten wat er echt aan de hand was en verzamelden op 4 november vijftien dode spreeuwen in het park. Die vogels werden geprepareerd voor opname in de museumcollectie en inwendig onderzocht.

Niet ziek, zwak of misselijk
Er werd sectie op alle spreeuwenlichamen gedaan. Uit het onderzoek bleek dat de spreeuwen allemaal ernstige inwendige bloedingen ten gevolge van gescheurde levers hadden en bloedingen onder en in het schedeldak vertoonden. Deze symptomen wijzen er op dat de vogels zonder uitzondering met grote kracht ergens tegenaan gebotst zijn - tegen elkaar, tegen boomtakken, tegen de grond. Die situatie kan in paniek ontstaan zijn door desoriëntatie, veroorzaakt door een jagende bosuil of een andere verstoring. De onderzoekers gaan er niet van uit dat de spreeuwen ziek, zwak, misselijk of dood uit de bomen gevallen zijn.

Toxicologisch onderzoek door Wageningen Universiteit vond gif van Taxus in de spreeuwen, maar het is onwaarschijnlijk dat het eten van die conifeer de vogels de dood ingejaagd heeft.

Lees hier het volledige artikel over de ‘Vijftien dode spreeuwen uit Den Haag’.

De balgen van de vijftien dode Haagse spreeuwen zijn samen met hun in alcohol geconserveerde lichamen tot eind februari 2019 te zien in de aanwinstenvitrine van het museum. Daarna gaan ze het depot in en zijn ze beschikbaar voor onderzoek.

De vijftien dode Haagse spreeuwen werden als balg opgenomen in de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, met de catalogusnummers NMR 9989-06014/28. (Het Natuurhistorisch)