Home // Het museum // Nieuws // Westerschelde levert nieuwe fossiele walvis

Westerschelde levert nieuwe fossiele walvis

De meest complete schedel

[18 februari 2019]  Onderzoekers van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam hebben een nieuwe soort walvis ontdekt: Tranatocetus maregermanicum. In het tijdschrift PeerJ beschrijft het internationale onderzoeksteam twee fossiele schedels van deze circa 8 meter lange walvis. Het uitgestorven zeezoogdier zwom zo'n 7,8 miljoen geleden in de Noordzee. De schedels werden in 2014 en 2015 op een diepte van 32 meter opgevist tijdens wetenschappelijke expedities op de Westerschelde nabij Terneuzen onder leiding van honorair conservator Klaas Post.

De nieuwe walvis leert ons meer over de diversiteit van baleinwalvissen. Tranatocetus blijkt namelijk tot een grote uitgestorven familie van primitieve baleinwalvissen te behoren, die naast vroege soorten van de moderne vinvissen leefde. Op basis van een eerdere vondst van een nauw verwante soort in Denemarken was niet goed vast te stellen in welke familie Tranatocetus hoort: het fossiel was te zwaar beschadigd en werd in zijn eigen familie ingedeeld. De uitmuntend bewaard gebleven nieuwe stukken in de collectie van Het Natuurhistorisch hebben dit nu opgehelderd.

De unieke fossielen zijn momenteel te zien in de tentoonstelling ‘Zeeuwse Oerwalvissen’ in Het Natuurhistorisch. Deze tentoonstelling toont de resultaten van de expedities: minimaal zes soorten fossiele walvissen en dolfijnen. Eerder werd de kleine La Plata dolfijn Scaldiporia vandokkumi (genoemd naar de schipper die hem opviste) al beschreven: het meest complete fossiel van zo'n dolfijn buiten Zuid-Amerika. Er werden ook resten van een grote lederschildpad gevonden. De PZC en Trouw besteedden aandacht aan de ontdekkingen.

Na deze tentoonstelling worden de fossielen weer opgeslagen in het depot en zijn daar voor toekomstig onderzoek beschikbaar.