Potvis over CO2-uitstoot

Na het verteren van de vis en inktvis waarop ze in de diepzee jagen, poepen de naar schatting 12.000 potvissen in de Zuidelijke Oceaan elk jaar ongeveer 50 ton ijzer in het zeeoppervlak. Dat ijzer is een geweldige voedselbron voor fytoplankton – microscopische zeeplanten die CO2 uit de atmosfeer opzuigen en door fotosynthese omzetten in plantenweefsels. Een deel van die plantjes sterft af en zinkt naar de diepzee, waar de CO2 duurzaam blijft opgeslagen. Als resultaat van deze uitwerpselenbemesting verwijderen de walvissen indirect jaarlijks 400.000 ton koolstof, twee keer zoveel als de 200.000 ton CO2 die ze uitstoten via hun ademhaling. De poepende potvissen besparen netto dus 200.000 ton CO2 per jaar. Dat is gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van bijna 40.000 personenauto’s. 

Auteur
Mohammed Benzakour (Nador, Marokko, 1972) is socioloog, schrijver, columnist, imker, visser en vogelaar. Als opiniemaker brengt hij regelmatig kwesties op het grensvlak van cultuur en religie aan de orde. Na de bloemlezing Stinkende heelmeesters (2008) verscheen de roman Yemma (2013) waarvoor Benzakour de E. du Perronprijs kreeg. In 2020 verscheen zijn verhalenbundel De ogen van Fadil.

Verteller 
Leo Semink (26 jaar) is docent geschiedenis op een middelbare school. Hij heeft niet specifiek iets met de potvis, maar is wel ‘ecologisch bezig’ en erg begaan met dierenleed. 

Physeter macrocephalus [tand], herkomst onbekend; NMR 9990-3569