Waarom bewaren we dode dieren?
Wat kan een dode vogel ons vertellen over de natuur? Of een egel die langs de weg wordt gevonden? Meer dan je misschien denkt. In Het Natuurhistorisch verzamelen en bewaren we dieren, planten en fossielen. Niet alleen om ze te laten zien, maar vooral om ze voor onderzoek beschikbaar te houden. Want wat we vandaag bewaren, kan over honderd jaar nog steeds nieuwe ontdekkingen opleveren.
Een collectie vol kennis
In Natuurhistorisch Museum Rotterdam bewaren we honderdduizenden dieren, planten en fossielen. Samen vormen ze onze wetenschappelijke collectie: een soort natuurgeheugen. Wetenschappers gebruiken deze verzameling om te onderzoeken welke soorten vroeger leefden, waar ze voorkwamen en hoe de natuur door de jaren heen is veranderd.
Die informatie is belangrijk, want sommige soorten verdwijnen en andere komen erbij. Ook dieren van dezelfde soort verschillen van elkaar. Door exemplaren uit verschillende tijden en gebieden te vergelijken, kunnen onderzoekers ontdekken wat er verandert. Bijvoorbeeld in de verspreiding, grootte of bouw van dieren. Daarom blijven we nieuwe dieren verzamelen. Een vogel die vandaag wordt gevonden, kan worden vergeleken met een vogel uit de collectie van honderd jaar geleden. Zo kunnen onderzoekers veranderingen volgen die anders misschien onopgemerkt blijven.
Ook bewaren we vaak meerdere dieren van dezelfde soort. Geen twee dieren zijn namelijk precies hetzelfde. Ze verschillen bijvoorbeeld in leeftijd, grootte en lichaamsbouw. Ook maakt het uit waar en wanneer ze leefden. Juist door meerdere dieren te vergelijken, kunnen onderzoekers patronen en veranderingen ontdekken. En wat we nu bewaren, kan over tientallen jaren opnieuw worden onderzocht. Met technieken die we vandaag misschien nog niet eens kennen.
Waar komen de dieren vandaan?
Dieren komen bij ons terecht nadat ze al zijn overleden. Denk aan aangereden zoogdieren of dieren die aanspoelen op het strand. Soms ontvangen we ook overleden dieren uit Diergaarde Blijdorp. Daarnaast krijgen we bestaande verzamelingen van particulieren en andere organisaties. Niet ieder dier of verzameling dat ons wordt aangemeld, krijgt een plek in de collectie. We kijken wat het kan toevoegen aan wat we al bewaren, waar het dier vandaan komt en welke informatie het kan opleveren.
Een bijzonder voorbeeld is Bokito, de bekende gorilla van Diergaarde Blijdorp. Na zijn dood in 2023 stelde Blijdorp hem beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek. Onderzoekers krijgen niet vaak de kans om het lichaam van een volwassen mannetjesgorilla zo uitgebreid te onderzoeken. Door zijn spieren, gewrichten en botten te bestuderen, leren ze meer over hoe gorilla's bewegen en hoe hun lichaam verschilt van dat van andere mensapen. Het Natuurhistorisch heeft de vacht en het skelet geprepareerd en bewaart deze in de collectie. Met Blijdorp is afgesproken dat Bokito minimaal tien jaar in het depot van het museum blijft. In die periode wordt hij niet aan bezoekers of de pers getoond.
Wat vertelt een dood dier ons over onze eigen omgeving?
Sommige dieren vertellen niet alleen iets over de natuur om ons heen, maar ook over onze invloed daarop, Zoals de Milkshake-egel, die in mei 2026 dood gevonden werd met de kraag van een fastfoodbeker om zijn nek. Het dier laat zien welke gevolgen ons afval kan hebben voor wilde dieren in de stad. Door zulke dieren te bewaren, blijft hun verhaal bestaan.
Waarom prepareren we dieren?
Om een dier te kunnen bewaren en onderzoeken, moet het vaak eerst worden geprepareerd. Prepareren betekent dat een dood dier of delen ervan zo worden behandeld dat ze niet vergaan. Daarbij worden bijvoorbeeld organen en andere delen die snel bederven verwijderd. De huid, botten of andere onderdelen worden vervolgens behandeld om ze langdurig te kunnen bewaren.
Prepareren betekent niet altijd dat een dier wordt opgezet. Soms bewaren we alleen het skelet of de huid. Andere dieren worden in alcohol bewaard. Welke manier we kiezen, hangt af van het dier en waarvoor we het willen gebruiken. Bij vogels kan bijvoorbeeld een balg worden gemaakt. Daarbij wordt de huid met de veren bewaard, zonder de vogel in een levensechte houding op te zetten. Zo kunnen onderzoekers de veren en kleuren bestuderen. Sommige dieren worden opgezet voor een tentoonstelling. Zo kunnen bezoekers ze van dichtbij bekijken en meer ontdekken over hun bouw en leefwijze. Andere dieren bewaren we vooral voor wetenschappelijk onderzoek. Ook jaren later kunnen onderzoekers deze dieren nog bestuderen.
Wat kunnen onderzoekers ontdekken aan een dood dier?
Aan een dier valt vaak meer te onderzoeken dan je op het eerste gezicht ziet. Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld botten, tanden en veren meten en vergelijken. Zo ontdekken ze hoe soorten van elkaar verschillen en hoe dieren in de loop van de tijd veranderen. Ook dieren die al tientallen of honderden jaren in een collectie liggen, kunnen nog nieuwe informatie opleveren. Ook omdat kennis over biodiversiteit zich altijd ontwikkeld waardoor er weer nieuwe vragen ontstaan en omdat er altijd weer onderzoekstechnieken bijkomen waarmee antwoorden kunnen worden gegeven. Bij ieder dier bewaren we zoveel mogelijk informatie. Waar en wanneer is het gevonden? Om welke soort gaat het? En wat weten we over de omstandigheden waarin het dier is gestorven? Die gegevens maken een vondst extra waardevol voor wetenschappelijk onderzoek.
Wie gebruikt onze collectie?
Onze collectie wordt niet alleen gebruikt voor onderzoek binnen het museum. De gegevens van 90% van de collectie is online beschikbaar voor onderzoek en wordt over de hele wereld gebruikt. Ook kunnen collectiestukken ter plekke op afspraak worden bestudeerd. Zo draagt Het Natuurhistorisch bij aan nieuwe wetenschappelijke kennis, ook buiten Rotterdam.
Waarom geen foto of replica?
Met foto's, films en nagemaakte dieren kun je veel laten zien. Maar een echt dier vertelt meer. In botten, tanden, veren en andere delen van het lichaam zit informatie die je niet op een foto kunt zien. Bovendien komen er steeds nieuwe onderzoekstechnieken bij. Daardoor kunnen onderzoekers soms nu iets ontdekken aan een dier dat al tientallen jaren in onze collectie ligt en wat toen niet mogelijk was. Lang niet alle dieren worden tentoongesteld. Het grootste deel bewaren we achter de schermen.
Met zorg verzameld en bewaard
Onze collectie is veel meer dan een verzameling dode dieren. Het is een bron van wetenschappelijke kennis over de natuur van vroeger, nu en morgen. Door dieren te bewaren en te onderzoeken, ontdekken we hoe soorten veranderen en welke invloed wij mensen daarop hebben. Die kennis helpt ons om de natuur beter te begrijpen en te beschermen.
Achter ieder dier schuilt een verhaal. Soms bijzonder, soms verdrietig. Zoals een dier dat slachtoffer werd van het verkeer of verstrikt raakte in afval. We begrijpen dat het bewaren en opzetten van dode dieren vragen oproept. Daarom maken we bewuste keuzes. Niet ieder dier wordt opgenomen in de collectie en niet ieder dier wordt tentoongesteld. We kijken naar de waarde voor onderzoek, de herkomst en de manier waarop we het dier kunnen bewaren of presenteren. We vertellen graag hoe we werken en waarom we bepaalde keuzes maken.
Meer weten? Neem dan gerust contact op met onze afdeling communicatie.