Koninklijke Onderscheiding voor Erwin Kompanje

[26 april 2022]  In zijn woonplaats Barendrecht heeft Erwin Kompanje vandaag een Koninklijke Onderscheiding ontvangen voor zijn vrijwilligerswerk bij Het Natuurhistorisch. Erwin werd door Zijne Majesteit de Koning benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De onderscheiding werd hem opgespeld door burgemeester Veldhuijzen, die daarbij de volgende toespraak hield:

De heer Kompanje zet zich al meer dan 34 jaar (sinds 1988) vrijwillig in voor het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Hij heeft een belangrijk aandeel gehad in de ontwikkeling van Het Natuurhistorisch, van klein (in Diergaarde Blijdorp weggestopt) museum, tot regionaal natuurmuseum met een voortrekkersrol in Nederland en een collectie die er ook internationaal toe doet. Hij is doorlopend aan het museum verbonden geweest als collectiebeheerder, gericht op vogels en zoogdieren, en als preparateur. Vandaag de dag is hij honorair hoofdconservator van de recente gewervelde dieren. In de digitale collectie-database van het museum komt zijn naam ongeveer 6.000 keer voor, als vinder, schenker of als preparateur. Dit aantal betreft grotendeels recente zoogdieren en vogels, en is binnen die deelcollectie in de recente geschiedenis van het museum onovertroffen. Naast dat dit collectie-materiaal kundig is geprepareerd, is het ook wetenschappelijk gezien uitstekend gedocumenteerd met exacte vindplaats en -datum, vindomstandigheden, maten en gewichten en informatie over leeftijd, doodsoorzaak en maaginhoud. Al deze details zijn van grote waarde. Ook doet de heer Kompanje wetenschappelijk onderzoek aan de museumcollectie en publiceert daarover in binnen- en buitenland. Daarnaast is hij ook actief met educatie in het museum, het geven van colleges, lezingen en prepareerdemonstraties, voor jong en oud. Of er nu een olifant moet worden uitgebeend of dat er snel een dode rat voor een tentoonstelling moet worden opgezet – hij staat altijd voor het museum klaar. Enkele dieren met landelijke bekendheid [die hij prepareerde] zijn de Dominomus en de McFlurry-Egel. Sinds jaar en dag maakt hij elke dinsdag tijd vrij om een groep jonge(re) mensen de kneepjes van dat vak bij te brengen.”

Roodkapje en de wolf
De Koning moet goed ingewijde informanten gehad hebben, want burgemeester Veldhuijzen vertelde de volgende anekdote waaruit blijkt dat humor ook een rol speelt bij het prepareerwerk van Erwin:

In dierentuin Blijdorp was een wolf een natuurlijke dood gestorven en het dode dier werd aangeboden aan het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Voor de preparatie voor de moest het dier ontleed worden, een specialistische taak die vaak door de heer Kompanje werd gedaan. Voor hij begon aan de procedure, heeft hij ongezien in de maag van de dode wolf een rode stoffen lap ingebracht. Bij het openen van de maag van de wolf vroeg hij de stagiaires om extra goed mee te kijken naar dit belangrijke moment. Bij het bekijken van de maaginhoud van de wolf riep hij ‘kijk nou een rood kapje’ De blikken van de stagiaires leken water te zien branden en kreten van verbazing en ontsteltenis overstemden al het geroezemoes in de ruimte.”

De kersverse ‘decorandus’ was onder valse voorwendselen naar Theater Het Kruispunt gelokt en toonde zich blij verrast met de versierselen. Het museum feliciteert ‘Ridder Kompanje’ met deze welverdiende onderscheiding.

Samen met Erwin Kompanje kregen zeven andere inwoners van Barendrecht een lintje 'omdat zij zich geruime tijd ten dienste van de samenleving hebben ingezet'.